Diagnose

You are here:
< Back

Hoe werkt een diagnose?

Een diagnose heeft een vast begin. Eerst wordt de auto volledig uitgelezen en worden alle
foutcodes bekeken. Hierbij wordt gekeken naar bijzondere foutcodes en/of foutcodes die
verband kunnen houden met de storing. Daarna wordt de softwarestand van de auto
gecontroleerd. Een moderne auto is net als een computer. Die heeft af en toe updates (bug
fixes) nodig.

foutcodes

Heeft een auto updates nodig dan moeten deze eerst uitgevoerd worden.
Na deze algemene controle wordt er in detail naar de storing gekeken en wordt er geprobeerd
om de storing te reproduceren. Bijvoorbeeld: een auto start af en toe niet, dus wordt de
auto meerdere malen gestart in de hoop dat hij dit een keer weigert. Lukt dit dan worden de
foutcodes weer bekeken. Tevens bestaat de mogelijkheid om via de uitleescomputer of
andere meetapparatuur sensoren in de auto te monitoren tijdens de proeven. Hier wordt
dan gezocht naar afwijkende waarden.

Mechanisch of technisch

Van groot belang tijdens de diagnose is ook het uitsluiten van mogelijke oorzaken.
Als een auto af en toe niet start moet de startmotor, de accu, de startblokkering, het contactslot,
de sleutel en de bedrading bekeken worden. Zit er iets los? Is er een beschadiging? Lekt er bijvoorbeeld
olie op de startmotor door een defecte pakking hoog in de motor.

Oorzaak van een probleem

Van belang bij de diagnose is ook om de oorzaak van een probleem op te sporen. Vaak is een
vloeistof lek (olie, koelvloeistof of regenwater) of een verstopping (door vuil of een defect
onderdeel) de oorzaak van een defect onderdeel. Het onderdeel moet dan vervangen
worden maar de oorzaak moet ook verholpen worden anders komt het probleem weer
terug.